Hmmm,
Ineens zit ie daar dan:
een puber op de bank.
Ik vraag me af wie hem
wanneer binnen heeft gelaten
én waarom ik daar niets van heb gemerkt.
Ik probeer nog eens dat vertrouwde grapje
waar hij eerder nooit genoeg van kreeg.
Maar hij maakt mij al heel snel duidelijk
dat het trucje niet meer werkt.
Rollende ogen en een geeuw…,
met andere woorden:
‘Mam, dat is wel zóóó vorige eeuw!'
Mijn vragen beantwoordt hij steevast
met een scherpe wedervraag.
En als ik écht iets van hem weten wil
doet-ie bijzonder vaag…
Maar wanneer er,
onbedoeld en ongewild toch tranen zijn
dan kruipt-ie dicht tegen mij aan.
Die momenten worden schaarser
Maar ik koester ze en denk:
Hoe groot ook van buiten,
van binnen zijn wij zo op z’n tijd
allemáál weer even klein.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten