30 augustus 2015

Bibelebons 3)

De Bibelebontse Berg - Het Sprookje

Er was eens een jongen. Hij heette Bastiaan en Bastiaan was heeel erg dik. Hij woonde bij een oude houthakker. Dat was Teun. Die had hem lang geleden in het bos gevonden. Het enige wat het kleine ventje bij zich had gehad, was een houten kistje met daarin een lepel en een kommetje. Oude Teun had dikke Bastiaan mee naar huis genomen en grootgebracht. De jongen groeide als kool en hoe oude Teun zijn best ook deed om hem niet te veel te laten eten, Bastiaan werd het dikste kind van het dorp. Je begrijpt vast wel wat dat betekende. Vroeger ging het al niet zo heel veel anders: de andere kinderen plaagden hem heel erg. Ze scholden hem ook uit en niemand wilde met hem spelen en dat deed Bastiaan veel verdriet. 

Op een dag werd oude Teun erg ziek. Dikke Bastiaan verzorgde de hem zo goed als hij kon, maar hij kon de dood niet tegenhouden. De man stierf in zijn armen en de jongen huilde dikke tranen om die lieve oude Teun. Na een tijdje besloot dikke Bastiaan dat het tijd werd om het dorp te verlaten. Hij zocht in het kleine huisje wat spullen bij elkaar en opeens zag hij het oude kistje staan; de enige herinnering aan zijn moeder. Hij maakte kistje open en bekeek de lepel en het kommetje. Maar hij zag ook iets nieuws: Aan de binnenkant van het deksel stond iets geschreven! Het was een rijmpje. Het ging zo:



Hier is de sleutel van de Bibelebontse berg.
Op de Bibelebontse berg staat een Bibelebonts huis.
In dat Bibelebontse huis wonen Bibelebontse mensen,
En die Bibelebontse mensen hebben Bibelebontse kinderen,
En die Bibelebontse kinderen eten Bibelebontse pap,
Met een Bibelebontse lepel uit een Bibelebontse nap.

"Aha,"zei dikke Bastiaan, " geen kommetje dus maar 'nap'. En dat van de Bibelebontse berg, dat klinkt bekend! Zou dat misschien de plek zijn waar ik vandaan kom?" Hij liep naar het huisje van oma Griet. Zij was altijd lief voor hem geweest en ze wist bijna altijd alles. "Oma Griet," vroeg dikke Bastiaan toen ze hem binnenliet, "kent u de Bibelebontse berg?" "De Bibelebontse berg?" vroeg oma Griet verrast "Nou en óf ik die ken!" Haar stem klonk blij en haar ogen straalden. "Op de Bibelebontse berg is het leven goed! Alle mensen zijn er vrienden en iedereen telt mee." "Dat klinkt mooi!" zei Bastiaan. "Ja, maar misschien" bedacht oma ineens treurig "is het alleen maar een mooi verhaal, waar mensen graag over dromen". "Men zegt dat het Bibelebontse volk ergens in het noorden woont. Maar het is nog nooit iemand gelukt om de Bibelebontse Berg te vinden.


"Ik ga hem zoeken, mij gaat het lukken!" riep dikke Bastiaan. Hij gaf oma Griet een dikke knuffel en ging op pad. Hij kwam door het prachtige bos waar oude Teun hem vroeger had gevonden. Op een open plek in het bos kwam hij twee houthakkers tegen. "Kijk nou eens " lachte de jongste van de twee "Dat is die dikkerd van oude Teun." "Zo, zo de dikkerd van oude Teun," zei de oudste. "Wat brengt jou hier jongen?" vroeg hij hem. "Ik ben op zoek naar de Bibelebontse berg" antwoordde dikke Bastiaan. "De Bibelebontse berg? Nou ik geloof niet dat je die gaat vinden!" Ze lachten hem een beetje uit. "Maar" zei de oudste "pas goed op jezelf. De nachtheks waart weer rond!" "Wie is dat, de nachtheks?" vroeg dikke Bastiaan. De mannen keken hem ernstig aan. "Weet jij niet wie de nachtheks is?" Ze gingen zitten op een omgevallen boom en de oudste man vertelde. 


"De nachtheks, jongen, is een geheimzinnige dikke vrouw. Elke avond komt ze uit het gebergte. Ze dwaalt door de bossen en soms sluipt ze de dorpen in. Dan gluurt ze door de raampjes van de huizen. Veel kinderen schrikken zich een ongeluk als haar gezicht opeens voor het raam verschijnt. Er wordt gezegd dat ze een kinderroofster is. Zorg dat je niet in haar handen valt." 


Gewaarschuwd voor de nachtheks wandelde dikke Bastiaan verder de bergen in. Wat waren de bergen mooi, maar op de een of ander manier leken ze allemaal zo op elkaar. Waaraan zou hij de Bibelebontse berg nu toch kunnen herkennen? Wekenlang dwaalde hij rond en daarna gaf hij het op. Misschien had oma Griet gelijk en was het alleen maar een verhaal waar mensen graag over dromen. Dikke Bastiaan begon verdrietig aan de weg terug.  

Toen het al een beetje donker werd, rustte hij uit op een mooi beschut plekje. Hij viel in slaap maar werd plotseling wakker van het geluid van voetstappen. Dikke Bastiaan keek op. Hij zag een schaduw op het pad. "Help, de nachtheks!" dacht hij verschrikt en eerst nog kroop hij diep weg. De grote schaduw, liep het bos in. Dikke Bastiaan werd erg nieuwsgierig en besloot uiteindelijk haar heel voorzichtig te volgen. Het lange bospad kwam uit bij een dorp. De grote figuur gluurde bij het eerste huis naar binnen en daarna ook bij het tweede huis. Dikke Bastiaan hield zich schuil en maar kon alles nu wel veel beter zien: de schaduw was inderdaad een vrouw...

Bij het derde huis ging het mis. De vrouw sloop naar het raam, maar onder haar voeten knarste het grind. De deur van het huisje vloog plotseling open. "Scheer je weg, nachtheks!" schreeuwde een mannenstem. Het hele dorp was meteen in rep en roer en de nachtheks rende halsoverkop het bos weer in. "Wegwezen, dikkerd!" riep een man. Bastiaan kreeg medelijden met de nachtheks. Hij wandelde terug naar zijn plekje en wilde weer gaan slapen. Maar opeens hoorde hij weer diezelfde voetstappen. "Daar is de nachtheks weer!" dacht hij toch wel bang. "Had ze hem al gezien?" "Wie is daar?" klonk het zachtjes door de nacht. "Niemand!" riep dikke Bastiaan. De nachtheks begon te giechelen. "O.k. ik ben Bastiaan" antwoordde hij toen maar. "Dag, Bastiaan ik ben Brenda en ik kom van de Bibelebontse berg." "Echt waar?" riep de jongen ineens verrast en hij kwam wat dichterbij. "Daar ben ik naar op zoek!" "Iedereen zoekt de Bibelebontse berg, Bastiaan," zei de vrouw vriendelijk. "Maar je kunt er alleen maar komen als je hoort bij het Bibelebontse volk." In het licht van de maan zag Bastiaan dat de vrouw er beslist niet uitzag als een heks. Ze had grote blauwe ogen en krullend haar, net als hij. "Waarom sluipt u 's nachts door de dorpen?" 


Het gezicht van Brenda werd ineens verdrietig. "Omdat ik vroeger een grote fout heb gemaakt," vertelde ze. "Ik was paddenstoelen aan het plukken in het bos en heb mijn kind even alleen gelaten. En...toen ik terugkwam was hij weg..." Bastiaans mond viel open en Brenda snikte: "Iemand heeft mijn jongen meegenomen. Al jarenlang zoek ik hem." Dikke Bastiaan pakte het kistje uit zijn tas en liet hem zien. "Maar dan ben jij...? vroeg Brenda nog wat ongelovig en tranen stroomden over haar wangen. Dikke Bastiaan knikte. Hij was sprakeloos. "O, kom, laat me je omhelzen. Ik heb eindelijk mijn jongen terug. Ik neem je mee naar onze berg!" 


Het werd alweer langzaam licht. Dikke Brenda en dikke Bastiaan liepen samen omhoog, het pad op van de Bibelebontse Berg. Ah, daar was het dorpje al. Van een van de huisjes werden net de luiken opengeduwd. Een kussen werd flink uitgeschud. Een boer die zijn koe aan het melken was keek op toen hij hen hoorde en hij riep ineens verbaasd: "Kijk nou toch, daar heb je Brenda met....m-met haar zoon! Ze heeft 'm eindelijk gevonden!" Dikke Bastiaan keek zijn ogen uit want wat bleek: Van alle kanten kwamen er mensen aangehobbeld en ze zagen er precies zo uit als hij! Krullend haar en blauwe ogen en...allemaal net zo dik. Kinderen dansten nieuwsgierig om hem heen. Iedereen was blij. Bastiaan was eindelijk thuis: hier hoorde hij er helemaal bij!

Naar het verhaal van Erwin op Erwins Eftelingsite:
Copyright © 1999-2015 Erwins Eftelingsite: dé sprookjessite

Bibelebons 2)

De Bibelebontse Berg is een Oud-Hollands rijmpje,
met daarnaast een eenvoudige tekening van Anton Pieck.
Het is te vinden in het Museum van de Efteling

De oorsprong van dit rijmpje ligt in de vaderlandse mondelinge overlevering.

Bibelebons 1)

Mijn tienerzoon en ik fietsen net 't centrum uit.
‘He, herinner jij je dát ding nog ?!’
Hij wijst
ik kijk en ik herken:

Het vrolijk gekleurde wandellint
met aan elke ring het handje
van een kostbaar kind.
Vertederd kijken wij naar het geschuifel op de stoep.
Zij komen van het dagverblijf: Het is de peutergroep.
Misschien gaan ze wel spelen in het park;
roetsjen van de glijbaan en taartjes bakken in het zand.
Of wie weet gaat deze kleine stoet
vandaag wel naar het bos.
Maar het komt hoe dan ook wel goed:
Het zonnetje schijnt, ‘t weer kan haast niet beter.
Nog even doorstappen, nog twee-driehonderd meter
en dan mogen kleintjes van hun juffen
eindelijk weer even helemaal los.

~

Het wandellint neemt ons twee weer even mee.
't voert ons terug.
De groene berg op, duwt 't ons,
naar het begin van jouw ‘leer-loopbaan’
bij 'De Bibelebons’.
Terwijl ik met jou naar boven fiets
grijpt de wind al jouw verhalen
en dus versta ik niets.
Maar, jij laat je prinsheerlijk rijden.
Je vind het, eenmaal  aangekomen, superprachtig!
Geen tranen bij het afscheid:
 Jij was, hoewel nog klein, beslist niet kinderachtig!
‘Nog even zwaaien’ zegt de juf.
Voor mij doe je dat graag
én heel ‘galant’
met één autootje in je rechter-
en ééntje in je linkerhand.
Als ik om twaalf uur kom is het lokaal verlaten
en de jasjes zijn verdwenen.
Jullie zijn er op uit, maar niet ver weg
want aan de overkant
hoor ik hoge kinderstemmen:
jullie komen al snel dichterbij
En kijk: jij loopt daar in jouw groepje
keurig in een rij!
En tussen jullie in
Het vrolijk gekleurde wandellint
met aan elke ring
het handje van een kostbaar kind.

~

‘Lief die kleintjes’ 
zegt mijn inmiddels best wel stoere vent
En we zoeken in ons geheugen naar dat liedje :

.....Op de Bibelebontse berg wonen Bibelebontse mensen
en die Bibelebontse mensen hebben Bibelebontse kinderen
en die Biblelebontse kinderen eten Bibelebontse pap
met een Bibelebontse lepel uit een Bibelebontse nap...



~~~

Het was zomer 4)

Want het bleef niet bij een weekje
Zij hadden kennelijk toch minder haast dan ik.
‘Pak jij je tas nu maar eens uit
de kast daar naast je bed
die staat er immers niet voor niks!’

~wordt vervolgd~

oceans where feet may fail

Gevolgd op afstand vanmorgen, wat mooi al die jonge mensen! Genoten!
You call me out upon the waters
The great unknown where feet may fail
And there I find You in the mystery
In oceans deep
My faith will stand

And I will call upon Your name
And keep mij eyes above the waves
When oceans rise
My soul will rest in Your embrace
For I am Yours en You are mine

You grace abounds in deepest waters
Your sovereign hand
Will be my guide
Where feet may fail and fear surrounds me
You've never failed and You won't start now

So I will call upon Your name
And keep my eyes above the waves
When oceans rise
My soul will rest in Your embrace
For I am Yours and You are mine

Spirit lead me where my trust is without borders
Let me walk upon the waters
Wherever You would call me
Take me deeper than my feet could ever wander
And my faith will be made stronger
In the presence of my Savior

I will call upon Your name
Keep my eyes above the waves
My soul will rest in Your embrace
I am Yours and You are mine

Artiest: Hillsong United
Featuring artist: Matt Crocker, Joel Houston, Salomon Ligthelm, Taya Smith

https://youtu.be/dy9nwe9_xzw

28 augustus 2015

Blog

Ik heb nog eventjes getwijfeld
tussen blog en boek.
Uiteindelijk dus toch
de blog begonnen.
Of begon de blog met mij?
Dat ding gaat met mij aan de haal!
Nee, er komt niet iedere dag een nieuw bericht,
maar waarschijnlijk wordt het 
al met al
toch wel een lang verhaal
En of het dán nog blog is of meer boek
Misschien noem ik het tegen die tijd gewoon wel ‘blook’.

27 augustus 2015

23

Ik zit weer op de kleuterschool. Het moet ergens in 1975 zijn geweest. 
We zitten voor de gelegenheid met drie groepen bij elkaar en de sfeer is fijn.
We zingen en dit lied is mij altijd bijgebleven. 
Niet alle coupletten, vooral de eerste twee:
Die zijn in mijn hart gekropen en hebben zich er genesteld. 
Ik put er nog steeds troost uit.

Naar psalm 23,
geschreven door  J.J.L ten Kate
 met de mooie melodie van J.G. Bastiaans
destijds verschenen als lied 14 in het Liedboek voor de kerken.

1
De Heer is mijn herder!
'k Heb al wat mij lust;
Hij zal mij geleiden
naar grazige weiden.
Hij voert mij al zachtkens
aan waat'ren der rust.

2
De Heer is mijn Herder!
Hij waakt voor mijn ziel,
Hij brengt mij op wegen
van goedheid en zegen,
Hij schraagt m', als ik wankel,
Hij draagt m', als ik viel.

3
De Heer is mijn Herder!
Al dreigt ook het graf
met grimmige kaken,
geen schrik zal mij naken.
O Heer, mij vertroosten
uw stok en uw staf!

4
De Heer is mijn Herder!
In 't hart der woestijn
verkwikken en laven
zijn hemelse gaven;
Hij wil mij versterken
met brood en met wijn.

5
De Heer is mijn Herder!
Hem blijf ik gewijd!
'k Zal immer verkeren
in 't huis mijnes Heren:
zo kroont met haar zegen
zijn liefde m' altijd.

26 augustus 2015

Members only

Kom je ook vanavond?
Zo rond 8en zet ik weer een potje thee.
Een avondje bankhangen;
real live, 100inch HD.
Om samen met mij het onweer te bewonderen
door mijn pas gezeemde raam.
Vandaag wil ik het zien bliksemen
en horen donderen tegelijk.
Want dat lijkt verdacht veel
op wat ik zie en denk te voelen
wanneer ik bij mij zelf naar binnen kijk.

En wie weet zet ik de deur wel open
om de scene in te kunnen lopen.
Gewoon met zonder jas
en met blote voeten
woelen
in het kriebelend
doorweekte gras.

25 augustus 2015

Het was zomer 3)

Op PAAZ-4 zit je doorgaans om aan te sterken.
Maar ondanks alle zeer professionele én zeer liefdevolle zorgen
moet je eenmaal thuis
nog wel de PAAZ verwerken…

~wordt vervolgd~

Hagelslag

Naast mijn bord ligt een memo en ik schrijf
‘O, ga je straks weer naar de winkel?’
‘Hhmm’ hum ik afwezig
‘Ik ben nú even bezig’.
‘Mam je hebt mijn vráág niet eens gehoord’
‘Tja, dat komt ervan als je me stoort...’
‘Neem je die hagelslag dan nu een keertje voor me mee!?’
Ik frons, ik pen en ik schud nee.
‘Zucht’ klinkt het en 
‘Je bent er weer niet bij!’
‘Nee, dat klopt, maar eh…hoever ben jij?’
‘Ach laat maar zitten, je vergeet t toch telkens weer.’
Ik kijk op, ik knipoog en ik lach
‘Ik heb het wel begrepen
Je had het over hagelslag,
die er liever gisteren nog had moeten zijn.'
‘O, mam jij bent echt erg!’
‘Klopt, maar het kan nog zo veel erger.
Ga dan nu maar gauw.
Ik vind je lief.’
(Je moest eens weten
hoeveel ik van je houd.)

24 augustus 2015

Hey, hoe gaat het nu met je?

O, boy ik had het al verwacht.
Zo lief dat je het vraagt!
Had ik nu het antwoord maar alvast bedacht.
Ik raak lichtelijk in paniek; dit voelt als een tweekeuzevraag.
'k Zal moeten kiezen tussen 'goed' of 'slecht',
anders blijft het voor jóu ook weer zo vaag.
Hmm.
Ja.
Dus.
Afijn:
’Vandaag gaat het best goed. Het is fijn er weer te zijn!’
Morgen kan het zo weer anders gaan;
Morgen is vers twee…
Maar man, daar hoeven jij en ik vandaag
toch helemaal niets mee!
Vandaag is een cadeau, ik pak het samen met je uit.
Wij koesteren de dag totdat die zijn ogen sluit.

Het was zomer 2)

Ja. In mijn hoofd is er iets mis.
Tenminste af en toe, of zo je wilt wat vaker.
Dat was niet zo moeilijk vast te stellen.
Sussend probeert men mij eerst nog te vertellen
dat het heus zo erg niet is:
‘Je denkt gewoon een beetje…anders’.
‘O.k., nog even en mijn diagnose wordt een feestje’
gaat het gelaten door mij heen.
Maar hardop zal ik dat niet zeggen en dat heeft ook weinig zin.
Omdenken is tegenwoordig namelijk geweldig ‘in’…

~wordt vervolgd~

23 augustus 2015

het was zomer 1)

Het was zomer, maar bij mij werd het net PAAZEN
Ja ik zat er flink door heen,
‘maar’ klonk het blij ‘gelukkig is er net een plekje vrij’.
Voor een weekje wel te verstaan,
Want daarna is bij jou 
het ergste vast wel weer voorbij…

~wordt vervolgd~

16



Een psalm sinds kort verbonden aan een broer
die ons veel mocht brengen
van wat hij van hogerhand ontvangen had.


Ik val niet uit zijn hand


Mijn God, ik kom naar u. Dan ben ik veilig;

ik heb het u gezegd, en blijf het zeggen:
ik heb u nodig, Heer. De rest is overbodig.
De mensen hebben andere idolen
en wringen zich voor hen in honderd bochten,
maar dat zal ik nooit doen. En zelfs hun naam niet noemen.
Mijn God, u vult mijn bord. U vult mijn beker:
u hebt iets moois bedacht, en straks is het van mij.
U houdt mijn hele leven in uw handen
en ik kom goed terecht, want dat hebt u gezegd.
De hele nacht lig ik aan God te denken;
Ik voel dat hij er is. Zijn wijsheid geeft me rust.
Dan word ik blij, en zeker van mijn redding:
ik leef, ik leef naast God. Ik val niet uit zijn hand.
Want u zult mij niet zomaar laten sterven;
ik hoef niet naar het graf. Want u laat mij niet los.
U wilt mij leren waar ik het moet zoeken:
heel dicht bij u, mijn God, zal ik gelukkig zijn.

Tekst: Menno van der Beek

Muziek: Sergej Visser
© Psalmen voor Nu

https://youtu.be/xULgc1dtk7Q





22 augustus 2015

Ochtendritueel

Het gras is nog nat en de straat nog stil
Of toch: in de verte de haan heel schril
Hij is al maanden slecht bij stem
Wordt vast onzeker van een of andere hen
Hij is de baas; dat weet hij 
maar pas dan als zíj dat wil!

Onze blanke dame hoeft niet aan de lijn

Tenzij er handhavers te bekennen zijn
Maar nu nog ruim voor negen
Ben ik burgerlijk ongehoorzaam
omdat een hond toch moet bewegen
En zeg nou zelf: zo samen los da’s best fijn!