6 september 2015

Op de weg terug 3)

In mijn hoofd woedt nu een storm
Het regent letters, woorden, zinnen.
De toetsen lijken wel betoverd
nu ik er eindelijk aan ga beginnen.
“Klikkerdeklak spatie klakkerdeklik.”
En vervolgens backspace ik
alles wat er niet toe doet
dat wat ik niet had hoeven zeggen
dat wat mij ooit als antwoord opgedrongen werd
en alles wat ik nooit uit had hoeven leggen.

Spreken is zilver.
Schrijven is nu even goud.
Zwijgen is geen optie meer:
Woorden die ik sprak in het verleden
genadeloos werden ze getorpedeerd.
Of ze verstomden halverwege
door vlammen opgeslokt, verteerd.
Veel van hen braken stuk op angst en onbegrip
als hoge golven tegen ruige rotsen
liepen ze vast op die verraderlijke klip
Veel woorden bereikten niet eens de bedoelde oren
halverwege werden ze al doorkliefd
en zo ging hun betekenis verloren.

Geschreven woorden willen nergens anders heen
dan naar diegene die zich de ogen er oprecht voor leent
Ze verdampen nu niet zomaar meer
in een verhit gesprek.
Ze blijven allemaal als wachters staan;
geduldig overeind.
Geen één geschreven woord bezwijkt.
Ze wachten net zo lang 
tot ieder van hen is geland
en zijn bestemming heeft bereikt. 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten